Onderstroom breekt met het huidige model

De pretailing aanpak van Onderstroom verbindt ontwerptalent, producent en consument vrijwel direct met elkaar. Deze aanpak is effectiever zodat er geld over blijft. Het resultaat is een aantrekkelijke prijs en een groter aandeel voor de ontwerper. Een gunstige uitkomst voor ontwerper en consument.

Maar, hoe kan dat? Onderstaand figuur illustreert hoe het traditionele model er uit ziet en hoe het Onderstroom model anders is.

Verdeling omzet

In het traditionele model investeert een design label of fabrikant eerst in productie, een distributie netwerk en marketing. Vervolgens gaat 40-60% van de consumentenprijs naar de winkelier. Dat komt vooral door de hoge vaste kosten. Van het geld dat overblijft pakt de groothandel ongeveer 40% voor opslag en distributie. Er is dan nog maar 30% over, waaruit de eerdere investeringen betaald moeten worden. De productie moet dus relatief goedkoop moet zijn, waarmee producenten gedwongen zijn in grote aantallen te produceren en te zorgen dat deze aantallen ook verkocht kunnen worden. Er gaat uiteindelijk ongeveer 25-30% naar het design label. Er blijft dan voor de ontwerper maar 3-5% aan royalty fees over.

Onderstroom draait dit model om. We beginnen met de verkoop en gaan pas produceren als er voldoende producten verkocht zijn. Daarmee wordt er risico en een aantal schakels uit de keten gesneden. 0-20% van de consumentprijs gaat op aan verkoopkosten. Dit zijn consumentenkortingen en partner fees (voor winkeliers en webshops). De productiekosten zijn bij Onderstroom wat hoger omdat het gaat om beperkte eerste series: typisch 40% aan productie en logistieke kosten. Wat er overblijft wordt verdeeld tussen Onderstroom en ontwerper. De ontwerper houdt tot wel 30% van de consumentenprijs over.